Liquidatiereserves (vroeger) uitkeren: de moeite waard?
Liquidatiereserves (vroeger) uitkeren: de moeite waard?
Al bijna tien jaar kunnen Belgische kmo’s een deel van hun belaste winst opzijzetten als ‘liquidatiereserve’. Dat is eigenlijk een spaarpot binnen de vennootschap. Maar de regeling is nu enigszins veranderd.
Hoe werkte het tot voor kort?
Op het moment dat je die reserve aanlegde, met name in het jaar waarin je de winst maakte, betaalde je 10% extra belasting. Het grote voordeel zat hem in het uitkeren van die reserve.
Dat ging zo:
- Na vijf jaar: je betaalt slechts 5% roerende voorheffing (in plaats van de gebruikelijke 30% op een gewone dividenduitkering).
- Bij vereffening van de vennootschap: je betaalt zelfs helemaal geen roerende voorheffing meer.
Zo kwam de totale belastingdruk uit op slechts 13,64% of zelfs maar 9,09% als je wachtte tot bij vereffening.
Hoe werkt het nu?
Met de nieuwe programmawet van 18 juli 2025 (in werking sinds haar publicatie in het Belgisch Staatsblad, zijnde 29 juli 2025) komt daar nu verandering in.
De belangrijkste wijzigingen zijn (geldig voor liquidatiereserves die worden aangelegd vanaf 1 januari 2026):
- De roerende voorheffing stijgt van 5% naar 6,5%.
- De wachttijd daalt van vijf naar drie jaar.
- Bij uitkering vóór drie jaar geldt terug het gewone tarief van 30% (bovenop de reeds betaalde 10% in het jaar van aanleg).
LET OP: daarnaast geldt er vanaf 29 juli 2025 al een overgangsregeling voor dividenden uit liquidatiereserves die zijn aangelegd t.e.m. 31 december 2025. Je krijgt als ondernemer de keuze:
- Je behoudt het recht om na vijf jaar uit te keren aan 5%.
- Heb je deze reserves al minstens drie jaar laten staan? Dan kan je ervoor kiezen om deze zomer al uit te keren aan 6,5%, in plaats van het huidige tarief van 20%. Concreet gaat het hierbij nu over de reserves van de boekjaren 2020 en 2021.
- Bij uitkering vóór drie jaar blijft het tarief 20% (zoals dat ook in de oude wetgeving bestond).
Doel: gelijker speelveld met VVPRbis
Ter vergelijking: bij het VVPRbis-regime betaal je niets bij de aanleg, maar wél 15% roerende voorheffing bij de uitkering – en dat pas na een wachttijd van drie jaar. Let wel: dit regime is enkel van toepassing onder striktere voorwaarden.
Binnen dit regime verandert slechts één element: het tussentarief van 20% – dat van toepassing was bij uitkeringen vanaf het tweede boekjaar na inbreng – verdwijnt voor nieuwe inbrengen vanaf 1 januari 2026, in lijn met de hierboven beschreven aanpassing voor liquidatiereserves aangelegd vanaf deze datum.
Wat doet u nu best?
Voor reserves die al drie jaar geparkeerd staan op de balans, bedraagt het verschil in belasting nominaal 1,36 %.
5% RV |
6,5% RV |
|
Bruto winst |
€ 100 |
€ 100 |
10% anticipatieve heffing |
€ -9,09 |
€ -9,09 |
Bruto dividend |
€ 90,91 |
€ 90,91 |
Roerende voorheffing |
€ -4,55 |
€ -5,91 |
Netto |
€ 86,36 |
€ 85,00 |
Totale belastingdruk |
€ 13,64 |
€ 15,00 |
Om een antwoord te kunnen geven op de vraag of het verstandig is om deze reserves al uit te keren, is de essentiële vraag: wat ga je doen met het geld dat je uitkeert?
Stel: je hebt € 100.000 bruto liquidatiereserves die je kan uitkeren. Het verschil in belasting om nu uit te keren (na 3 jaar) in plaats van na 5 jaar, bedraagt dus € 1.360. De hamvraag is dus: kan je met het uitgekeerde bedrag in die twee jaar fiscaal méér optimaliseren dan € 1.360?
Enkele scenario’s:
Scenario 1. Beleggen in een ETF (meerwaarde van € 10.000)
- Meerwaarde in privé is vrijgesteld van belasting (tenzij de solidariteitsbijdrage van toepassing is).
- Netto opbrengst: € 10.000 (of € 9.000 bij 10% solidariteitsbijdrage)
- In vennootschap: belast aan 25%, dus € 7.500 over.
Bij latere uitkering via liquidatiereserve (10% + 6,5%) hou je netto € 6.375 over.
è In dit geval is het interessant om nu uit te keren en privé te beleggen. Je verdient het verschil van € 1.360 makkelijk terug.
Scenario 2. Spaarrekening (rendement van € 2.500 op 2 jaar)
- In privé: rente is vrijgesteld → je houdt € 2.500 over
- In de vennootschap: belast aan 25% → € 1.875 netto
→ Na uitkering via liquidatiereserve (10% + 6,5%) hou je € 1.593,75 over
è In dit geval is het beter om te wachten en pas na vijf jaar uit te keren aan 5%.
Scenario 3. Nakende vereffening
è In dit geval is het beter om te wachten en de liquidatiereserves bij vereffening op te nemen aan 0%.
Scenario 4. Geplande investering in de vennootschap
- Uw vennootschap heeft het geld op korte termijn nodig voor een investering.
è Dan hou je de cash beter in uw bedrijf, aangezien het nog altijd beter is om met eigen middelen te investeren dan met uw bedrijf te moeten lenen om een investering te doen.
Korte samenvatting
Liquidatiereserve |
Voor 1/1/2026 aangelegd |
Vanaf 1/1/2026 aangelegd |
|
Wachttijd |
3 jaar → 6,5% |
3 jaar → 6,5% |
|
Langer wachten |
5 jaar → 5% |
NVT |
|
Te vroege uitkering |
< 3 jaar → 20% |
< 3jaar → 30% |
|
VVPRbis |
Inbreng voor 1/1/2026 |
Inbreng vanaf 1/1/2026 |
|
Wachttijd |
3 jaar → 15% |
3 jaar → 15% |
|
Te vroege uitkering |
< 3 jaar → 20% |
< 3jaar → 30% |
|
è Voor “oude” reserves vóór 2026: afweging tussen wachten tot 3 jaar (6,5 %), of 5 jaar (5 %) indien mogelijk.
è Voor “nieuwe” reserves vanaf 2026: nieuwe regels toepassen – 3 jaar wachten aan 6,5 %, met 30 % bij vervroegde uitkering.