Deze website gebruikt cookies

FINEKO gebruikt cookies om uw bezoek aan deze website aangenamer te maken. Door onze website te bezoeken gaat u akkoord met het gebruik van cookies.

Wil u meer weten over cookies of cookies blokkeren?
Nieuwe regels over de intracommunautaire levering vanaf 1 januari 2020, 23/12/2019, Archief artikels · Onze nieuwsbrief - Fineko
SELECT afbeelding1, afbeelding2, afbeelding3, afbeelding4, afbeelding5 FROM menu WHERE 1 AND id="122"
Fineko ē nieuwsbrief ē archief artikels

Nieuwe regels over de intracommunautaire levering vanaf 1 januari 2020

Vanaf 1 januari 2020 gelden er nieuwe regels voor de vrijstelling van btw voor intracommunautaire leveringen. Dit is een Europees initiatief tot harmonisatie van de regelgeving.

 

De voorwaarden voor de vrijstelling zijn:

  • De klant beschikt over een geldig buitenlands btw-nummer, zijnde een btw-nummer in een andere Lidstaat dan de Lidstaat van vertrek.
  • De leverancier moet het bewijs kunnen leveren dat de goederen werden vervoerd naar een andere Lidstaat.
  • De intracommunautaire opgave moet tijdig en correct worden ingediend.

 

Artikel 39 bis WBTW zal in dit kader worden aangepast waarbij de vereiste van het geldig btw-nummer van de klant nu ook uitdrukkelijk in de wet wordt opgenomen. Dit houdt in dat de vrijstelling niet mag worden toegepast indien het buitenlands btw-nummer van uw klant niet geldig is volgens de VIES-website.

 

Ook btw-nummers in aanvraag worden niet langer aanvaard. Indien u niet beschikt over een geldig btw-nummer van uw klant, dient u dus Belgische btw aan te rekenen.

 

De geldigheid volgens de VIES-website zal dus cruciaal zijn. Indien de website niet beschikbaar is, kunt u steeds het btw-nummer laten verifiëren via vat.validation@minfin.fed.be .

 

Wij raden dan ook aan om bij de opmaak van elke factuur het btw-nummer even te checken (indien mogelijk gebeurt dit automatisch door uw boekhoudsysteem). Tenminste bij elke eerste factuur aan elke in de EU gevestigde klant waarbij u de vrijstelling toepast, raden wij aan om de print van de VIES-website te bewaren waaruit de geldigheid van het btw-nummer blijkt.

 

Daarenboven wordt ook de correcte indiening van de intracommunautaire opgave opgenomen als vereiste voor de vrijstelling. Dit is tevens een periodieke controle van de geldigheid van de btw-nummers.

 

Indien geen correcte indiening mogelijk is, moet deze tekortkoming ‘terdege’ worden verantwoord. Hoe dit praktisch zal toegepast worden kunnen wij nog niet voorspellen.

 

Volgende situatie lijkt ons hieronder te vallen: een btw-nummer dat werd stopgezet in de periode tussen de uitreiking van de factuur en de indiening van de intracommunautaire opgave. In zulk geval is het uiteraard belangrijk om te kunnen aantonen dat het btw-nummer geldig was op het moment van de levering.

 

De nieuwe EU-regelgeving voorziet ook nieuwe richtlijnen inzake het bewijs van intracommunautair vervoer.

Zo ontstaat er een (weerlegbaar) vermoeden van intracommunautair vervoer indien de volgende stukken kunnen worden voorgelegd:

  • Vervoer door/voor rekening van de verkoper:  voorleggen van 2 niet-tegenstrijdige bewijsstukken
    • Uitgereikt door 2 verschillende derde partijen
    • 2 stukken van categorie A of 1 stuk van categorie A en 1 stuk van categorie B
  • Vervoer door/ voor rekening van de koper: 2 niet-tegenstrijdige bewijsstukken (cfr. hierboven vermeld) EN een geschreven verklaring van de klant dat deze heeft gezorgd voor het transport (bv. bestemmingsdocument).

 

Als bewijsstukken categorie A worden beschouwd:

  • Een getekend CMR-document
  • Leverbon
  • Vrachtbrieven
  • Factuur van de transporteur
  • Factuur van luchtvracht

 

Als bewijsstukken categorie B komen volgende stukken in aanmerking:

  • Een verzekeringspolis met betrekking tot het vervoer van de goederen
  • Bankdocumenten als bewijs van betaling van het vervoer
  • Officiële documenten uitgereikt door een publieke instantie, zoals een notaris die de aankomst van de goederen bevestigt in de Lidstaat van bestemming;
  • Ontvangstbewijs uitgereikt door de magazijnbewaarder die de opslag van de goederen bevestigt in de Lidstaat van bestemming.

 

Zoals u merkt zijn de richtlijnen zeer omslachtig en zullen deze praktisch niet altijd haalbaar zijn. Er is ook geen regeling voorzien voor de situatie dat het vervoer door één van de partijen zelf gebeurt.

 

Deze regels betreffende de bewijsvoering werden overigens nog niet geïmplementeerd in de Belgische btw-regelgeving dus op dit moment zijn deze bewijsstukken nog niet verplicht. De Belgische fiscus heeft tevens laten weten dat zij deze regels soepel zal interpreteren.

 

Indien het vervoer gebeurt door de klant raden wij wel aan om steeds te werken via het bestemmingsdocument in bijlage. Een toelichting hiervan vindt u terug in de nieuwsbrief van oktober 2016.

 

Een betaling vanuit het buitenland en documenten omtrent het vervoer zijn in dit kader ook zeer belangrijk.

 

Daarnaast werden ook de regels omtrent kettingverkopen en voorraad op afroep geharmoniseerd. Neem zeker contact op met Fineko indien u hieromtrent meer informatie wenst.

 

 

 

 

Caroline Pesout

Fiscaal jurist

 

created & CMS
by Deltacom