SELECT afbeelding1, afbeelding2, afbeelding3, afbeelding4, afbeelding5 FROM menu WHERE 1 AND id="122"
Fineko nieuwsbrief archief artikels

HERVORMING VAN DE VENNOOTSCHAPSBELASTING

UPS & DOWNS

Bij de bekendmaking van het zomerakkoord van de regering-Michel ging de meeste aandacht naar de hervorming van de vennootschapsbelasting die gefaseerd zal worden ingevoerd vanaf 2018 en 2020.

Vooral de tariefverlaging werd daarbij in de verf gezet. Dat is ongetwijfeld een goede zaak maar vermits de hervormingsoperatie budgettair neutraal moet zijn, komen er noodgedwongen ook compenserende maatregelen.

Hierna vindt u een kort overzicht van de belangrijkste maatregelen. We hebben ons daarbij gebaseerd op de beschikbare informatie. Deze is helaas niet steeds eenduidig. Zodra er wetteksten beschikbaar zijn, komen wij daarom zeker nog terug op dit onderwerp.

Verlaging van de tarieven +

Het huidige basistarief exclusief aanvullende crisisbijdrage (ACB) bedraagt 33% en wordt vanaf 2018 verlaagd tot 29% en vanaf 2020 tot 25%. Het verlaagd KMO-tarief wordt vanaf 2018 verlaagd tot 20% op de eerste schijf van € 100.000. De toepassing van het verlaagde KMO-tarief is (en blijft) wel afhankelijk van het naleven van een aantal voorwaarden.

De ACB, nu 3%, wordt voor 2018 en 2019 herleid tot 2% en wordt afgeschaft vanaf 2020.

Samengevat (met inbegrip van ACB):

 

 

Nu

 

2018 & 2019

 

vanaf 2020

 

Basistarief  33,99%   29,58%   25%
KMO-tarief

 Winsten ≤ € 322.500

 24,25%: schijf tot € 25.000

 31%: schijf van € 25.000 tot € 90.000

 34,50%: schijf van € 90.000 tot € 322.500

 Winsten ≤ € 100.000                          

    20,40 %

 Winsten ≤  € 100.000

    20%

 

Positief hierbij is dat het verlaagde tarief voor alle KMO-vennootschappen geldt, ook voor KMO’s met meer dan € 100.000 belastbare winst. Enkel het deel van hun winst boven € 100.000 wordt belast tegen het gewoon tarief.

Vanaf 2018 wordt de belasting van 0,412% op meerwaarden van aandelen voor grote vennootschappen afgeschaft.

Verhoging van de investeringsaftrek +

De gewone investeringsaftrek van 8 % stijgt naar 20% op investeringen gedaan vanaf 1 januari 2018. Het gaat om een tijdelijke maatregel voor twee jaar die ook zou gelden voor éénmanszaken en vrije beroepen.

Verhoging minimumbezoldiging -

Eén van de reeds bestaande voorwaarden om te kunnen genieten van het verlaagde KMO-tarief bestaat erin dat aan minstens één bedrijfsleider (natuurlijke persoon) een bezoldiging van minimum € 36.000 op jaarbasis moet uitgekeerd worden.

Om het gebruik van vennootschappen - met lagere tarieven dan de personenbelasting - te ontmoedigen wordt het bedrag van de minimale bezoldiging verhoogd van € 36.000 naar € 45.000.

  • Uitzondering 1: indien de belastbare winst kleiner is dan € 45.000, dan moet de minimale bedrijfsleidersbezoldiging minstens gelijk zijn aan het belastbaar resultaat van de vennootschap.
  • Uitzondering 2: startende ondernemingen (gedurende de eerste 4 boekjaren)

Vanaf 2018 wordt bovendien een bijzondere aanslag van 10% opgelegd voor elke vennootschap die geen of te weinig bedrijfsleidersbezoldiging uitkeert, behalve voor de startende ondernemingen.

Deze bijzondere aanslag wordt geheven op het verschil tussen de effectief uitgekeerde bezoldiging en € 45.000 en is aftrekbaar als beroepskost. Stel dat een vennootschap € 30.000 bezoldiging toekent aan een bedrijfsleider terwijl dit € 45.000 had moeten bedragen, dan betaalt deze vennootschap als sanctie een bijkomende belasting van € 1.500 ((€ 45.000 – € 30.000) x10 %).

Aanpassing notionele interestaftrek (NIA) -

Vanaf 2018 wordt de NIA toegekend op de aangroei van het eigen vermogen en niet langer op het eigen vermogen zelf. Die verhoging zou dan nog eens uitgesmeerd worden over vijf jaar. Zo zal, bij een kapitaalverhoging van € 100.000 de notionele aftrek niet meer ineens op € 100.000 berekend worden maar op € 20.000 gedurende 5 jaar. Het hogere percentage voor KMO’s zou behouden blijven.

Minimumbelasting -

Vennootschappen (KMO’s en niet-KMO’s) die vanaf 2018 meer dan € 1.000.000 belastbare winst maken, mogen een aantal aftrekposten niet langer onbeperkt gebruiken om daarmee hun belastbare basis weg te werken. Vorige verliezen, overgedragen DBI, overgedragen aftrek voor innovatie-inkomsten, overgedragen NIA en NIA “nieuwe stijl” zouden jaarlijks beperkt worden.

Het deel van de winst boven € 1.000.000 kan maximaal met 70% verminderd worden door fiscale aftrekken. Concreet betekent dit dat 30% van de winst boven de € 1.000.000 een minimale belastbare basis in de vennootschapsbelasting zal vormen. Niet-KMO’s die hun fiscale aftrekposten optimaal gebruiken zullen op de winst boven € 1.000.000 in 2018 en 2019 bijgevolg altijd 8,87% betalen (i.e. 29,58% x 30%) en vanaf 2020 7,5% (i.e. 25% x 30%).

Voor startende vennootschappen zouden de overgedragen verliezen niet beperkt worden gedurende de eerste vier boekjaren.

Kapitaalverminderingen -

Een kapitaalvermindering vanaf 2018 zou aan roerende voorheffing worden onderworpen in verhouding tot het pro rata aandeel van de belaste reserves. Blijkbaar worden zowel de reserves die geïncorporeerd werden in het gestort kapitaal als de andere belaste reserves bedoeld. Het pro rata gedeelte van de kapitaalvermindering toegerekend op het werkelijk gestort kapitaal blijft onbelast.

Het is nog even afwachten op de concrete wetteksten, maar deze maatregel roept alvast heel wat vragen op en lijkt op het eerste gezicht minstens fiscaal onrechtvaardig.

Voorwaarden vrijstelling meerwaarden op aandelen verstrengd -

In hoofde van vennootschappen zullen meerwaarden op aandelen nog slechts vrijgesteld zijn wanneer voldaan is aan de participatievoorwaarde die momenteel ook geldt bij ontvangen dividenden (zogenaamde DBI-voorwaarde).  Meer bepaald zullen meerwaarden nog slechts vrijgesteld zijn indien het gaat om een participatie van minstens 10 % of met een aanschaffingswaarde van minstens € 2.500.000.

Effectieve belasting op supplementen bij controle -

Indien naar aanleiding van een controle de belastbare basis verhoogd wordt, zal die belastbare basis niet meer kunnen verminderd worden met aftrekbare bestanddelen (met uitzondering van de DBI-aftrek van het betrokken boekjaar)….

Deze maatregel moet er toe leiden dat belastingsupplementen steeds belast worden, ook al heeft de betrokken vennootschap bijvoorbeeld nog fiscaal overdraagbare verliezen. Ook deze maatregel roept heel wat vragen op.

Voorafbetalingen -

Om bedrijven er toe aan te zetten vooraf te betalen, wordt de basisverhoging steeds gebracht op minimaal 3%.

Vooruitbetaalde kosten -

Kosten verbonden aan activiteiten of inkomsten van het volgende boekjaar zijn slechts in dat volgende boekjaar fiscaal aftrekbaar. Vooruitbetaling en tenlasteneming van toekomstige kosten (bijvoorbeeld: het vooruitbetalen van de huur) zou derhalve fiscaal niet langer mogelijk zijn.

Voorziening voor risico’s en kosten -

Voorzieningen voor risico’s en kosten zullen fiscaal enkel nog aanvaard worden in de mate dat ze beantwoorden aan een definitieve verplichting op balansdatum. Daarenboven zou bepaald worden dat de terugname van voorzieningen steeds wordt belast aan het nominale tarief dat van toepassing was op het moment dat de voorziening werd aangelegd.

Taxatie van herbeleggingsmeerwaarden -

Herbeleggingsmeerwaarden die belastbaar worden wegens het niet (tijdig) naleven van de herbeleggingsverplichting of spontaan belastbaar worden gesteld vóór het verstrijken van de herbeleggingstermijn, gaan steeds belast worden tegen het nominale tarief dat van toepassing was op het moment dat de meerwaarde verwezenlijkt werd.

Sanctie bij niet-aangifte vennootschapsbelasting

Vanaf 2018 komt er een stapsgewijze verhoging van de minimum belastbare winst van € 19.000 tot € 40.000 als sanctie bij niet-indiening van de aangifte vennootschapsbelasting.

Vanaf 2020

Een beknopt overzicht van een aantal wijzigingen die vanaf 2020 in het vooruitzicht worden gesteld :

  • Invoering van een aftrekbeperking van vreemd vermogen (Richtlijn (EU) 2016/1164);
  • Aftrek van een disconto voor schulden met betrekking tot niet-afschrijfbare activa zal niet langer als fiscaal aftrekbare beroepskost worden aanvaard;
  • Een tijdelijke maatregel (2 jaar) om vrijgestelde reserves die bestonden vóór 1 januari 2017 om te zetten in “gewone” belaste reserves tegen een tarief van 15% dat kan worden verlaagd naar 10% onder bepaalde voorwaarden;
  • Aanpassing van het criterium “marktrente” dat gehanteerd wordt als maximum interestvergoeding voor de credit & debetstand R/C;
  • Invoering van een fiscale consolidatie;
  • Invoering van CFC-wetgeving (Controlled Foreign Company) waarbij bepaalde inkomsten van een “gecontroleerde buitenlandse vennootschap” onder bepaalde voorwaarden zullen worden belast, ook al worden deze niet effectief uitgekeerd;
  • Voor activa verkregen of tot stand gebracht vanaf 1 januari 2020 zullen geen degressieve afschrijvingen meer mogelijk zijn en wordt pro-rata afschrijven in het jaar van investering ook de norm voor KMO’s;
  • Alle boetes inzake directe en indirecte belastingen worden niet-aftrekbaar;
  • De aanslag geheime commissielonen zal niet meer aftrekbaar zijn;
  • Verdere beperking van de aftrekbaarheid van autokosten, ook voor elektrische wagens.

 

 

Bart Vandeloo & Katrien Caers
Fiscaal juristen
 
created & CMS
by Deltacom