SELECT afbeelding1, afbeelding2, afbeelding3, afbeelding4, afbeelding5 FROM menu WHERE 1 AND id="122"
Fineko ē nieuwsbrief ē archief artikels

BREAKING NEWS: Onroerende verhuur met btw dan toch mogelijk vanaf 1 oktober 2018!

In het kader van de begrotingscontrole afgelopen weekend werd op de valreep alsnog een akkoord bereikt over de invoering van een optiestelsel inzake btw voor onroerende verhuur. De regeling bestaat uit een optionele btw-heffing voor de verhuur van professioneel gebruikte gebouwen of gedeelten van gebouwen. Intussen heeft de Ministerraad het voorontwerp reeds goedgekeurd en voorgelegd aan de Raad van State. Voor de vastgoedsector is dit dan ook een zeer positieve (r)evolutie.

 

De verhuur van onroerend goed is vooralsnog vrijgesteld van btw. In een B2B-context kan dit leiden tot bijkomende kosten. De btw op de gedane investeringen is dan immers niet aftrekbaar in hoofde van de verhuurder, hetgeen een aanzienlijke bijkomende financieringskost tot gevolg kan hebben. In de praktijk wordt er in zulke situaties vaak gezocht naar alternatieven om de btw-aftrek alsnog te vrijwaren.

 

Hierna vindt u onder voorbehoud alvast de krachtlijnen van het nieuw in te voeren optiestelsel met ingang van 1 oktober 2018, gebaseerd op eerdere wetsontwerpen:

  • De verhuur heeft betrekking op een gebouw, eventueel met bijhorend terrein;
  • De huurder is een belastingplichtige die het goed exclusief gebruikt in het kader van zijn economische activiteit (zowel ingeval activiteit met btw belast als voor vrijgestelde activiteiten);
  • De btw-heffing is eveneens mogelijk voor gedeelten van gebouwen die zelfstandig geëxploiteerd kunnen worden (bv. Door een aparte toegang van buitenaf);
  • De optie voor btw-heffing moet uitdrukkelijk worden uitgeoefend door de verhuurder en de huurder gezamenlijk;
  • De optie is geldig voor de volledige duur van de overeenkomst.
  • De herzieningstermijn voor de optionele btw-verhuur zal uitgebreid worden naar 25 jaar.

 

Volgende situaties komen niet in aanmerking voor de optionele btw-heffing:

  • Verhuur aan particulieren of niet-belastingplichtige rechtspersonen
  • Verhuur aan belastingplichtigen die het onroerend goed gebruiken voor privé doeleinden
  • Verhuur aan (gedeeltelijk) belastingplichtige publiekrechtelijke lichamen die het onroerend goed gebruiken buiten hun belastingplichtige activiteit.

 

OPGELET: de nieuwe regeling zal vermoedelijk enkel gelden voor overeenkomsten die betrekking hebben op (gedeelten van) gebouwen die ‘nieuw’ opgericht zijn:

  • Onroerende verhuur krijgt daarom haar eigen ‘nieuw’ definitie in het btw-wetboek;
  • De nieuwe regeling is enkel van toepassing indien de btw m.b.t. de oprichting van het gebouw nooit opeisbaar is geworden vóór 01/10/2018, een grondig verbouwd gebouw komt tevens in aanmerking. 

Deze nieuwe regeling zal de bestaande uitzondering voor de terbeschikkingstelling van opslagruimte in een B2B-context vervangen. Vanaf 1 oktober 2018 kan voor zulke gebouwen aldus geopteerd worden voor het btw-stelsel. De bijkomende nieuw-voorwaarde zal evenwel niet vervuld moeten worden voor de verhuur opslagruimten. De optionele btw-heffing zal  ten aanzien van zulke gebouwen bijgevolg gelden ongeacht of het gaat om oude of nieuwe gebouwen.

 

In het kader van hetzelfde voorontwerp werd beslist om de korte termijn verhuur (< 6 maanden) van niet voor bewoning bestemd onroerend goed vanaf 1 oktober 2018 steeds aan btw te onderwerpen. De hoedanigheid van de huurder is hierbij niet van belang. Deze nieuwe bepaling beoogt hoofdzakelijk de verhuur van zalen door een hotel of een congrescentrum.

 

We wensen in dit verband wel op te merken dat de definitieve wetteksten nog niet gekend zijn, het is dus nog enigszins koffiedik kijken hoe de regeling er precies zal uitzien. Het voorgaande moet dan ook mits het nodige voorbehoud worden gelezen.

 

Uieraard volgen wij dit voor u op en houden u op de hoogte van de laatste ontwikkelingen!

Voor meer informatie kunt u steeds bij ons terecht!

 

Caroline Pesout

Fiscaal jurist

created & CMS
by Deltacom