Fineko nieuwsbrief archief artikels

De nieuwe Europese sociale zekerheidsregels sedert mei 2010

 

Sedert 1 mei 2010 zijn de Europese sociale zekerheidsregels die de positie van grensoverschrijdende werknemers en zelfstandigen binnen de Europese Unie regelen gewijzigd.  Immers, Verordening Nr. 987/2009 heeft de wijze van toepassing van Verordening Nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de sociale zekerheidsstelsels vastgesteld.

De basisregels bij grensoverschrijdende tewerkstelling blijven ongewijzigd : de grensoverschrijdende werknemer of zelfstandige is slechts aan één wetgeving onderworpen,met name de toepasselijke wetgeving van de werkstaat.

 

Er zijn hierop twee uitzonderingen :

·        Detachering

·        Gelijktijdige tewerkstelling in meerdere landen (salary split)

 

De voornaamste wijzigingen situeren zich op het vlak van deze uitzonderingen. Wij zetten hierna de voornaamste spelregels inzak detachering en salary split nog even uiteen en proberen daarbij de nieuwigheden aan te duiden.

 

1.       Detachering

 

De detacheringbepalingen van de nieuwe Verordeningen hebben zowel betrekking op werknemers als op zelfstandigen.

 

Bij tijdelijke detachering naar een ander land dan het gewoonlijke werkland blijft het sociale zekerheidsstelsel van het gewoonlijke werkland behouden. De tekst van de detacheringbepalingen in de Verordeningen werd evenwel aangepast aan de rechtspraak van het Europese Hof van Justitie hier aangaande. Nieuw is bijvoorbeeld dat men de mogelijkheid om iemand aan te werven ter detachering uitdrukkelijk in de wet heeft ingeschreven, evenals  om enkel substantiële activiteiten van de werkgever te detacheren. Deze laatste vereiste houdt dus in dat geen interne activiteiten van louter beheer (zoals administratie en dergelijke) kunnen worden gedetacheerd en werd ingevoegd om postbusbedrijven te vermijden.

 

  1. Detachering van zelfstandigen

In de Verordening werden twee nieuwe voorwaarden opgenomen voor detachering van zelfstandigen:

  1. Detachering is enkel mogelijk voor activiteiten van gelijke aard
  2. Detachering kan enkel indien de zelfstandige voorafgaand aan de detachering reeds minstens 2 maanden werkzaamheden van gelijke aard uitoefende

 

De vereiste dat de werkzaamheden van gelijke aard moeten zijn, wil niet zeggen dat ze identiek moeten zijn. Het voornaamste is dat de sector dezelfde is. Zo zal een Poolse schrijnwerker zich kunnen detacheren naar de bouwsector in België. De Poolse zelfstandige schoenmaker kan dit niet.

 

  1. Detachering van werknemers

 

Detachering van een werknemer is mogelijk mits voorafgaande onderwerping aan de sociale zekerheid voor minstens 1 maand. Deze termijn stond voorheen in geen enkele Verordening zodat elk land iets anders toepaste.

 

Voor het bepalen van de periode van voorafgaandelijke onderwerping wordt elke periode van onderworpenheid aan de sociale zekerheid meegeteld.  Zo kan een pas afgestudeerde onmiddellijk na aanwerving naar een ander EU-land gedetacheerd worden voor opleiding omdat hij voordien sociaal verzekerd was via het statuut van kind ten laste van zijn ouders.

 

Inzake detachering van werknemers is het belangrijk voor ogen te houden dat de werkgever een aantal verantwoordelijkheden niet kan overdragen, met name:

 

  • Beslissingen met betrekking tot het loon (wie het loon uiteindelijk ook betaalt of ten laste neemt)
  • Beslissingen met betrekking tot ontslag
  • Beslissingen met betrekking tot het al dan niet nemen van disciplinaire maatregelen
  • Wijzigingen aan de aard van de werkzaamheden

 

In deze optiek is het ten stelligste af te raden een “driepartijenovereenkomst” te maken of een bijkomende arbeidsovereenkomst met de werkgever in het land waarnaar gedetacheerd wordt. Voor elke detachering van minstens 1 maand moet echter wel een detacheringbrief gemaakt worden, doch er staan geen sancties op de niet-vervulling van deze formaliteit.

 

  1. Detacheringformaliteiten

 

Ook de detacheringsformaliteiten zijn nieuw. Daar waar het aanvragen van het formulier E101 voorheen facultatief was, is het volgens het nieuwe systeem verplicht om elke detachering ter kennis te brengen van de RS(V)Z en dit via de portaalsite van de sociale zekerheid. Het formulier E101 zal bovendien vervangen worden door het formulier A1. Op de afgeleverde A1 documenten zal geen RSZ-stempel meer staan omdat de documenten in PDF-formaat zullen worden afgeleverd in de E-box van de detacherende werkgever.

 

Bestaande formulieren E101 blijven geldig tot de vermelde vervaldatum, ook als die na 1 mei 2010 ligt, doch op voorwaarde dat de situatie niet verandert.

 

  1. Detacheringperiode

 

De initiële detacheringperiode werd vanaf 1 mei 2010 verlengd van 12 tot 24 maanden. Ingevolge artikel 16 van Verordening 883/2004 kunnen op deze maximale duur van detachering uitzonderingen worden toegestaan, meestal tot 5 jaar. Dergelijk akkoord veronderstelt de onderlinge overeenstemming tussen de twee betrokken Lidstaten.

 

Reeds verkregen detacheringperiodes worden meegeteld onder de nieuwe regels. Het afleveren van een ander formulier (A1 ipv E101) zet de teller bijgevolg niet op nul.

 

 

2.       Gelijktijdige tewerkstelling in twee of meer lidstaten –  enkel als werknemer

 

Bij gelijktijdige tewerkstelling als werknemer in meer dan één land betalen werknemers op hun globale inkomen slechts sociale zekerheid in één van de werklanden.

 

Onder de huidige regelgeving volstaat het dat de werknemer “een deel” van zijn activiteiten in de woonplaats uitoefent om de heffingsbevoegdheid toe te kennen aan de woonstaat. Voor de meeste lidstaten volstond het om gemiddeld 1 dag per maand op structurele wijze te werken in de woonstaat.

 

Vanaf 1 mei 2010 is de werknemer slechts aan de wetgeving van zijn woonstaat onderworpen als hij er de komende 12 maanden een substantieel deel van zijn activiteiten uitvoert, d.i. 25 % of meer van de arbeidstijd of van het loon. Is deze voorwaarde niet vervuld, dan is de wetgeving van de zetelstaat van de werkgever bevoegd.

 

Indien er verschillende werkgevers gevestigd zijn in verschillende lidstaten, dan blijft de woonstaat bevoegd (meerdere werkgevers in dezelfde lidstaat worden voor de toepassing van de verordening gelijk gesteld met 1 werkgever van die lidstaat). In deze optiek is het heel belangrijk in de arbeidsovereenkomst met een werknemer te voorzien dat deze verplicht is elke bijkomende tewerkstelling te melden aan de werkgever.

 

  1. Gelijktijdige tewerkstelling in twee of meer lidstaten – enkel als zelfstandige

 

Zelfstandigen die een substantieel deel van hun werkzaamheden uitoefenen in hun woonstaat, zijn onderworpen aan het stelsel van de woonstaat. Onder substantieel deel verstaat de verordening dat de zelfstandige de komende 12 maanden (dit vereist dus een schatting op basis van het verleden) minstens 25% van de omzet, arbeidstijd, inkomsten of het aantal verleende diensten in de woonstaat moet verrichten. Is dit niet het geval, dan is de Staat waar het centrum van belangen gelegen is heffingsbevoegd. Wat daaronder precies dient te worden verstaan, is opgenomen in Verordening 987/2009.

 

4.       Gelijktijdige tewerkstelling in twee of meer lidstaten – als werknemer en zelfstandige

 

Volgens de oude regeling was bij een gelijktijdige tewerkstelling als bediende in één Lidstaat en als zelfstandige in een andere Lidstaat de lidstaat van de werkzaamheden in loondienst bevoegd voor het geheel TENZIJ de Lidstaat waar de zelfstandige activiteit werd uitgeoefend was opgenomen in Bijlage VII bij Verordening 1408/71. Immers, in dat geval diende de betrokkene in beide Lidstaten sociale zekerheid te voldoen volgens het statuut dat de betrokkene in die Lidstaat heeft.

 

De meerderheid van de Lidstaten was in deze bijlage opgenomen.

 

Deze Bijlage is sedert 1 mei 2010 afgeschaft zodat de hoofdregel opnieuw van toepassing is. Een persoon met verschillend statuut in twee Lidstaten zal bijgevolg voor beide statuten onderworpen worden aan de wetgeving van de Lidstaat waar hij werknemer is.

 

Indien de betrokkene werknemer is in verschillende lidstaten en zelfstandige is in een of meer Lidstaten, dan dienen de activiteiten als werknemer gegroepeerd te worden en zijn daarop de regels zoals uiteengezet onder punt 2. van toepassing.

 

5.       Overgangsbepalingen

 

Indien een persoon op grond van de nieuwe verordeningen onderworpen is aan de wetgeving van een andere lidstaat dan die waaraan die persoon krachtens de oude verordening onderworpen was, blijft de betrokkene onderworpen aan deze wetgeving zolang de betreffende situatie voortduurt en in elk geval voor een maximumperiode van 10 jaar, te rekenen vanaf 1 mei 2010.

 

De betrokkene kan evenwel een aanvraag indienen om onderworpen te worden aan de nieuwe regelgeving. Deze aanvraag dient verstuurd te worden naar de instelling van het nieuwe bevoegde land. Wij adviseren hier aangaande evenwel nog enige tijd te wachten met het indienen van dergelijke aanvraag tot er meer duidelijkheid is inzake de gevolgen die zo’n aanvraag meebrengt. Immers, eens de aanvraag werd ingediend, kan deze niet meer worden ingetrokken. Een aanvraag zal bovendien pas goedgekeurd worden indien de wijziging in het voordeel is van de betrokkene. Het is bijvoorbeeld niet omdat je volgens het nieuwe systeem minder sociale lasten zult betalen, dat de aanvraag automatisch zal worden goedgekeurd. Minder sociale lasten betekenen immers ook minder rechten voor de betrokkene.

 

De RSZ liet in ieder geval al weten dat zij bij controles de voorlegging zal eisen van een ondertekend formulier waarin de werknemer, die in de nieuwe regeling onder een ander sociale zekerheidsstelsel zou vallen, expliciet verklaart dat de werkgever hem hierover informeerde en dat hij toch niet van sociale zekerheidsstelsel wenst te veranderen.

 

Mocht u omtrent het bovenstaande nog vragen hebben of meer toelichting wensen, dan kan u steeds contact opnemen met onze juridische dienst.

 

Sarah Leekens

created & CMS
by Deltacom